Bewilderment

Zomervakantie is altijd een goede tijd voor reflectie en de trein biedt daar meer dan voldoende gelegenheid voor. Ik hou er daarom van om in die 3-4 weken dat de vakantie duurt minstens één boek mee te nemen dat me aan het denken zet. The Ministry for the Future van Kim Stanley Robinson had mijn interesse in klimaatfictie aangewakkerd, dus deze vakantie had ik Bewilderment van Richard Powers meegenomen.

De hoofdpersoon van dit boek, Theo Byrne, is een astrobioloog die met moeite zijn haperende academische carrière combineert met de opvoeding van Robin, zijn negenjarige zoon. Robin trekt zich de achteruitgang van de mondiale biodiversiteit zo aan, dat hij op school in vechtpartijen verwikkeld raakt en thuis woedeaanvallen heeft. Theo’s vrouw en Robin’s moeder, Alyssa, was voor haar overlijden een milieuactiviste die zich fysiek en emotioneel uitputte in rechtzaken tegen bedrijven en overheid. Ze schittert in afwezigheid: Theo voelt zich verloren zonder haar, en volstrekt incapabel in de opvoeding van Robin; en in Robin zien we Alyssa’s verbetenheid terug, en haar weigering om te accepteren wat we de rest van de wereld aandoen.

De combinatie van astrobiologie en zorg om crises rond biodiversiteit en klimaat is een interessante keuze. Theo neemt Robin regelmatig mee naar denkbeeldige planeten waar het leven zich op een eigen manier heeft ontwikkeld, iedere keer uniek en beantwoordend aan de specifieke omstandigheden. Het plaatst onze worsteling met onze eigen leefwijze en haar gevolgen voor onze leefomgeving in een breder, astronomisch kader: op hoeveel planeten hebben levende wezens met hetzelfde probleem geworsteld? Hoeveel hebben het probleem opgelost, en hoe? En hoeveel zijn uiteindelijk ten onder gegaan aan hun eigen evolutionaire succes? Het doet denken aan een ander geweldig boek, Light of the Stars van Adam Frank. Frank is astrobioloog, en in zijn onderzoek stelt hij vergelijkbare vragen.

Ooit vroeg de natuurkundige Enrico Fermi zich hardop af: als er zo immens veel planeten in ons melkwegstelsel zijn dat de kans miniem is dat onze planeet de enige is met intelligent leven, waar zijn die buitenaardse wezens dan? De vraag heeft iets onheilspellends: wat weten wij nog niet waar al die andere buitenaardse beschavingen achter zijn gekomen, wellicht op de slechtst denkbare manier? Onze huidige tijd doet vermoeden dat we op het punt staan daar achter te komen. Het lijkt onvermijdelijk: voordat de evolutie een dier produceert dat in staat is om uitvindingen te doen zoals de pijl en boog, de landbouw, de verbrandingsmotor, en de maanraket, heeft het leven dat eraan voorafging uitgebreid de tijd gehad op koolstof op te nemen, dood te gaan, en diep in de aarde samengeperst te worden tot een krachtige brandstof die van alles mogelijk maakt. Iedere beschaving die die brandstof leert te gebruiken zal zich daar volledig op inrichten. Als dan iemand leert wat het terugpompen van al die koolstof voor gevolgen heeft, wordt het heel moeilijk om dat gebruik nog terug te draaien.

Ik wil optimistisch zijn, maar het lukt me maar niet.

Plaats een reactie