Ik kom uit een echte vleesfamilie. Ik zie nog voor me hoe halve varkenskarkassen de slagerij in werden gesleept, klaar om uitgebeend te worden tot varkenshaas, spare ribs, of karbonades. Vlees was vanzelfsprekend de hoofdrolspeler van het avondeten. Nog steeds bestaat de barbecue thuis uit stokbrood, salades, en heel veel vlees – braadworst, kippenpoot, hamburger, lamskotelet, kipsaté.
Toen ik een vriendinnetje had dat geen vlees at was dat dus een dankbaar onderwerp voor hilariteit. Later verhuisde ik naar Wageningen, en werd ik lid van Unitas, destijds de ‘alternatieve’ van de grote verenigingen. Daar waren vegetarisme en veganisme dusdanig normaal dat vlees automatisch minder vanzelfsprekend werd. Daarnaast leerde je natuurlijk ook over wat al dat vlees doet met je gezondheid, het milieu, en natuurlijk de dieren zelf.
Ik ben nog steeds geen vegetariër, laat staan veganist, maar ik vind wel dat het allemaal wat minder mag. Ik vind het jammer dat in veel restaurants vlees nog steeds zo centraal staat: alleen in de aspergetijd is een groente de ster van de avond. Ik hou van een beetje balans in mijn eten, en daarbij mag groente best meer zijn dan de sneue koolsla naast je friet en je biefstuk.
Maar toch hè. In de winter ruim de tijd nemen voor een runderstoofpot die minstens drie uur op een laag vuurtje pruttelt met tomatenpuree, oud bruin, en een verkruimeld plakje peperkoek. Dadels omwikkeld in spek, dat gegaard is in de oven. Morcilla, Spaanse bloedworst, gestoofd in appelcider.
Mag je jezelf dit af en toe gunnen? Op zijn minst doe ik mijn best, wat je van veel andere mensen niet kan zeggen. Maar ik heb begrepen dat ik me dan schuldig maak aan “neerwaartse vergelijking”. Andere mensen eten nog meer vlees, dus ik mag best een stoofpotje maken. Andere mensen vliegen nog veel meer, dus ik mag dit jaar best naar Tenerife. Ik moet aan “opwaartse vergelijking” doen: mijn voorbeeld moet de principiële veganist zijn, om me te inspireren om ook mijn yoghurtontbijt te laten staan.
Ik weet het niet hoor. Als we zo redeneren raken we verstrikt in een kruising tussen een puurheidswedstrijd en een hongerstaking, die je alleen kunt winnen als je op blote voeten naar het werk loopt, dagelijks op rauwe groente kauwt, en je verontschuldigt voor elke uitademing. Gelukkig ken ik ook veganisten die een uitzondering maken voor roomijs, en een goede vriendin van me maakt een uitzondering op haar vegetarische levensstijl voor af en toe een poulet rôti, zoals we die aten op het festival in Saint Chartier.
Alles wat je doet heeft impact. Dat ontslaat je niet van de verantwoordelijkheid bewust om te gaan met wat je eet, en je moet ook geen excuses zoeken in het gedrag van de ander, die het nog slechter doet. Maar het is ook niet zinvol om er een dwangneurose van te maken, en uitgebreid ieder etiket uit te pluizen op sporen van dierlijk eiwit. Wees je bewust van de gevolgen van je eetpatroon, en probeer die gevolgen een beetje te beperken.